Burgervoogdij

Wat is burgervoogdij

Het gaat om kinderen en jongeren (tot 18 jaar) die door de kinderrechter uit huis geplaatst zijn. Bovendien hebben hun eigen ouders geen gezag meer over hen.

  • Ze wonen in een pleeggezin, in een gezinshuis of op een leefgroep in een verblijfsinstelling. Ze wonen er al langer. Of het is duidelijk dat ze er blijven wonen. Ze gaan vrijwel zeker niet terug naar hun ouders.
  • De eigen ouders hebben geen gezag meer over hen. Dat is door de kinderrechter beëindigd, in het belang van het kind.
  • De kinderrechter heeft een voogd benoemd. Dat is verplicht als de ouders geen gezag meer hebben. Die voogdij kan uitgevoerd worden door een gecertificeerde instelling voor jeugdbescherming, zoals Jeugdbescherming West of William Schrikker Jeugdbescherming. Maar het kan ook een particulier persoon zijn. Iemand die het kind al kent en die om het kind geeft. Bijvoorbeeld familie, een goede vriend of iemand die op een andere manier bij het kind betrokken is.
  • Als de pleegouders de voogdij op zich nemen, dan noemen we dat: pleegoudervoogdij. Er zijn speciale regels en afspraken voor pleegoudervoogden. Die vind je hier.
  • Als een ander de voogdij op zich neemt, dan noemen we dat: burgervoogdij. Op deze pagina lees je hier meer over.

Terug naar boven

Burgervoogd worden?

Ben je betrokken bij een kind dat op een leefgroep of in een gezinshuis woont en dat een voogd heeft van de jeugdbescherming? Zou je die voogdij wel over willen nemen en dus zelf voogd worden van het kind? Praat erover met het kind en daarna met de voogd. Als je dit echt wilt, is het namelijk het beste om het samen met de huidige voogd aan de kinderrechter voor te leggen. Uiteindelijk beslist de kinderrechter of je voogd kunt worden.

Burgervoogdij regelen vraagt voorbereiding. Denk aan het regelen van ondersteuning, verzekeringen en vergoedingen. Ben je eenmaal voogd van een kind, dan blijf je dat tot het kind achttien jaar wordt. Maar ook daarna blijf je betrokken. Je krijgt een band. Je bent beschikbaar. Je komt op de verjaardag van het kind. Je gaat kijken bij een voetbalwedstrijd of een diploma-uitreiking. Je bent ook officieel de belangenbehartiger en pleitbezorger van het kind.

Iedere volwassene kan burgervoogd worden. Je hebt er geen opleiding voor nodig. De wet stelt wel een paar eisen. Je moet bijvoorbeeld beschikken over een geldige verklaring omtrent het gedrag (VOG). Het belangrijkste is dat je er bewust voor kiest om ‘er te zijn’ voor dit kind. Dat je blijvend betrokken wilt zijn, ook als het kind volwassen wordt. Dat je wilt samenwerken met de ouders van het kind, de professionele opvoeders in de instelling waar het kind woont en anderen die voor het kind belangrijk zijn.

Meer weten?

  • Wil je burgervoogd worden? lees de brochure Een band voor het leven, met meer uitleg over burgervoogdij.
  • Ben je onlangs burgervoogd geworden? Bekijk de folder Starten als burgervoogd.
  • Ben je al langer burgervoogd? Neem contact op met het jeugdteam van je gemeente. Zij kunnen je ondersteunen bij vragen over de uitvoering van de voogdij. Of bij praktische vragen, bijvoorbeeld rond de vergoeding van bijzondere kosten voor het kind zelf, zoals kosten voor school, vervoer, sport of gezondheid.

Terug naar boven

Burgervoogdij voor gemeenten

De gemeente is verantwoordelijk voor de jeugdhulp. Ook voor voogdijkinderen die uit huis geplaatst zijn en over wie de ouders geen gezag meer hebben. In de praktijk verdwijnen uit huis geplaatste kinderen en jongeren vaak uit het zicht van de gemeente. De gemeente betaalt wel de rekening voor jeugdhulp met verblijf en voor het uitvoeren van de voogdij door een gecertificeerde instelling voor jeugdbescherming. Maar veel verder gaat de betrokkenheid van de gemeente meestal niet.

Dat is een gemiste kans. Het gaat om kinderen uit de eigen gemeenschap. Dan kan de voogdij ook uitgeoefend worden door iemand uit die gemeenschap. Een vertrouwd iemand voor het kind. Een anker in de ‘gewone wereld’. De gemeente kan dit mogelijk maken door burgervoogdij te faciliteren. En door met de gecertificeerde instellingen afspraken te maken om te kijken naar de mogelijkheden van burgervoogdij voor hun voogdijkinderen.

Om burgervoogdij in de gemeente mogelijk te maken, kan de gemeente drie dingen regelen.

  • Inhoudelijke ondersteuning aanbieden aan burgervoogden. Dat kan op dezelfde manier als aan ouders: via het jeugdteam.
  • Een onkostenvergoeding geven aan burgervoogden. Bijvoorbeeld een vrijwilligersvergoeding (via een subsidieregeling of via een lokale instelling). Die vergoeding dekt dan de kosten die de burgervoogd maakt, zoals reiskosten of administratiekosten.
  • De gemeentelijke kindregelingen openstellen voor burgervoogdijkinderen. Als de ouders niet kunnen bijdragen, dan kunnen deze kinderen toch een laptop voor school krijgen, een nieuwe fiets of het lidmaatschap van een sportvereniging.

Meer weten

  • Lees de folder Terug naar de burger, met informatie voor gemeenten over het organiseren en faciliteren van burgervoogdij.


Terug naar boven

Burgervoogdij voor jeugdbeschermers

Als voogd bij de jeugdbescherming werk je met hart en ziel. Ook voor kinderen die opgroeien in een gezinshuis of op een leefgroep. Toch is je tijd beperkt, de caseload groot. Noodgedwongen kent je betrokkenheid grenzen. Zeker bij kinderen in een stabiele situatie, die weinig aandacht vragen. Bovendien ben je waarschijnlijk niet de eerste voogd van een kind. En ook niet de laatste.

Kinderen kunnen door dat alles het gevoel krijgen dat ze ‘van niemand’ zijn. Hoe mooi zou het zijn, als er voor deze kinderen een betrokken particulier is die de voogdij uitoefent. Iemand die blijft, wat er ook gebeurt. Iemand die voor hen opkomt, die hun belangen behartigt. Iemand op wie ze op kunnen bouwen, jarenlang. Een anker in de gewone wereld. Een burgervoogd.

Vind je de situatie van het kind voldoende stabiel om het veilig los te kunnen laten als er inderdaad een burgervoogd is die jouw rol kan overnemen? Zo ja, bespreek deze mogelijkheid met de jeugdige. Is er iemand in beeld die burgervoogd kan worden, ga dan in gesprek met alle betrokkenen: de gedragsdeskundige, de jeugdige zelf, de opvoeders of verzorgers, de ouders en eventuele anderen in het netwerk van het kind. Staan alle lichten op groen, zet dan de overdracht van de voogdij in gang. Vraag daarbij de hulp van de juridisch adviseur voor het begeleiden van de procedure.

  • Lees de folder Veilig loslaten, voor jeugdbeschermers met voogdijzaken in hun caseload.

Terug naar boven

Voor jeugdteams

Als jeugdhulpverlener of opvoedadviseur in een jeugdteam van de gemeente of bij een Centrum voor Jeugd en Gezin krijg je niet vaak te maken met kinderen en jongeren uit de jeugdbescherming. Wel aan het begin, als de problemen in het gezin zo hoog oplopen dat de inzet van Veilig Thuis, de Raad voor de Kinderbescherming en uiteindelijk de kinderrechter noodzakelijk wordt. Maar heeft de rechter eenmaal een kinderbeschermingsmaatregel opgelegd, dan is de jeugdbescherming aan zet.

Soms is dat anders. Bijvoorbeeld als een kinderbeschermingsmaatregel afloopt en ouders en kinderen weer terug in beeld komen bij de gemeentelijke jeugdhulp. Maar het kan ook als het kind permanent uit huis geplaatst is en de ouders geen gezag meer hebben. De kinderrechter heeft dan een voogd aangewezen. Vaak is dat een gecertificeerde instelling voor jeugdbescherming, zoals Jeugdbescherming West of William Schrikker Jeugdbescherming. Maar steeds vaker nemen ook ‘gewone mensen’ uit het netwerk rond het kind de voogdij op zich. Zij worden dan burgervoogd. Ondersteuning van burgervoogden is een taak van het gemeentelijke Jeugdteam of het Centrum voor Jeugd en Gezin. Je kunt dus vragen van hen verwachten. Als het goed is, zijn er binnen jouw team afspraken gemaakt wie die vragen afhandelt.

Terug naar boven

Voor gezinshuizen en verblijfsinstellingen

Bij sommige kinderen bij jou in het gezinshuis of op de leefgroep hebben de ouders geen gezag meer. De kinderrechter heeft in plaats daarvan een voogd benoemd. In de regio Haaglanden is dat meestal Jeugdbescherming West of William Schrikker Jeugdbescherming. Maar dat hoeft niet. Het kan ook een ‘gewoon iemand’ zijn uit de omgeving van het kind. Iemand die het kind goed kent en die zich inzet uit persoonlijke betrokkenheid. Een burgervoogd.

Net als een professionele voogd, doet een burgervoogd zijn werk met hart en ziel. Maar vaak heeft een burgervoogd meer tijd voor het kind dan een professional ooit zou kunnen leveren. De continuïteit is gegarandeerd. De burgervoogd blijft, ook als het kind 18 jaar wordt. Het kind heeft daardoor een ‘anker in de gewone wereld’.

Spreekt het idee je aan? Ken je een kind of jongeren die ervoor in aanmerking zou kunnen komen? Ga er over in gesprek met dat kind, de ouders of andere betrokkenen. Wie weet is er iemand die als burger de voogdij op zich kan nemen.

  • Lees de folder Een burger als voogd, voor medewerkers in de residentiële jeugdhulp.
  • Lees de folder met Er helemaal zijn voor het kind, met aanvullende informatie voor gezinshuisouders die overwegen om de voogdij op zich te nemen van een kind dat bij hen woont.

Terug naar boven

Colofon

  • Tekst: Gemeente Wassenaar / Kees Dijkman Communicatie
  • Beeldmateriaal: Getty Images

Contact

nieuws@sbjh.nl

 

Jeugdhulpregio Haaglanden bestaat uit de volgende gemeenten: Den Haag, Rijswijk, Leidschendam-Voorburg, Delft, Wassenaar, Zoetermeer, Pijnacker-Nootdorp, Midden-Delfland, Westland.

Dit platform is een initiatief van het Programmabureau Jeugdhulp Haaglanden en het Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden.

 
Cookie-instellingen